Menseneter

Door DonMetal op zondag 11 november 2012 17:04 - Reacties (7)
Categorie: Sax Columns, Views: 2.442

Deze column is eerder verschenen in de Sax, April 2012

Gewoon even van het toilet gebruik maken. Dat was alles wat ik wilde. Even mijn neus legen om mijn voormalige neusinhoud vervolgens de diepe duistere krochten van het riool in te sturen. En daar ging het mis...

Het is donderdagochtend, 22 maart, tegen 8:45. Ik loop door de gangen van Saxion Enschede, op weg naar het toilet. Niets wijst er op dat ik op het punt sta slachtoffer te worden van en laffe misdaad die zijn weerga niet kent.

Ik loop het toilet in en kies een hokje uit. Na een zoektocht op de tast naar het begin van de wc rol scheur ik een mooi stukje papier af. Ik snuit mijn neus en gooi het groenbeklodderde papiertje in de maagdelijk witte wc-pot. Nog altijd zijn er geen aanwijzingen die mij er op attenderen dat ik op het punt sta om lijdend voorwerp te worden van een bloeddorstige doorspoelknop.

Mijn rechterhand gaat richting de knop (wanneer ik nu terug denk aan dat moment begint de Jaws-tune in mijn hoofd te spelen). Mijn vingers raken de uit goedkoop plastic opgetrokken knop aan, mijn pionierende middelvinger onbevangen voorop, iets waar hij nog wekenlang de lasten van zou ondervinden. De knop wordt ingedrukt. Doordrukken tot het einde, want zo ben ik. Het water begint te stromen en het papiertje met daarin de vrucht van de door mijn neusharen gedane arbeid spoelt een onzeker bestaan tegemoet. Op het moment dat ik constateer dat het water lekker door stroomt besluit ik mijn hand terug te trekken. Een cruciale beslissing. Een moment van leven en dood voor het door mij zo gewaardeerde stukje huid net achter de nagel aan de bovenkant van mijn middelvinger.

Een pijnscheut waarvoor superlatieven te kort komen schiet door mijn vinger. Onmiddellijk begint het bloed te stromen. De Rode Zee is niet rood, zou hij dat wel zijn dan zou hij zeer grote gelijkenissen met mijn vinger vertonen op dat moment. Zeker 0,5cm2 huid wordt opgeslokt door de scherpe rand aan de gulzige binnenkant van de doorspoelknop. In een vlaag van verstandsverbijstering besluit ik vlak na dit voorval te testen of de andere doorspoelknoppen bij de andere toiletten vergelijkbaar intolerabel gedrag vertonen, dit blijkt zo te zijn. Kennelijk heeft de architect van het Saxion gebouw in Enschede in een ziekelijk sadistische bui besloten bij de bouw van de toiletten gebruik te maken van doorspoelknoppen die naast het keurig controleren van de waterafgifte ook nog eens mens-eter-trekken hebben.

Nostalgie

Door DonMetal op dinsdag 30 oktober 2012 14:02 - Reacties (9)
Categorie: Sax Columns, Views: 2.118

Deze column is eerder verschenen in de Sax, Maartnummer 2012

Op zich zie ik mijzelf wel als modern mens. Technische snufjes en andere moderne ontwikkelingen heb ik binnen no-time door. Maar wanneer het over de OV-chipkaart gaat word ik ineens bijzonder nostalgisch…

Toen ik begon met studeren, een kleine 4 jaar geleden, kreeg ik per post zo’n mooie geplastificeerde OV-studentenkaart thuisgestuurd. Even een pasfoto ertussen plakken en je kon gaan en staan waar je wilde. Op de achterkant waren alle reistijden en voorwaarden vermeld zodat dat lekker duidelijk was. Aan de kleur kon je al zien of het een week- of weekendabonnement was dus controles gingen mooi snel. Moest je toch buiten je vrij-reizen periode reizen dan kon je gewoon een papieren kaartje kopen en die vlot laten stempelen.

Nu hebben we de OV-chipkaart. Wat een zegen.

Eind december begon mijn OV-chipkaart tegen te sputteren. Zonder waarschuwing gaf hij er de brui aan. Zomaar. Zonder opgaaf van reden, zonder zichtbare beschadiging. Gewoon omdat hij er zin in had, denk ik. Dus heb ik hem opgestuurd naar het servicepunt. Volgens het protocol hoorde ik binnen 2 weken een nieuwe kaart te krijgen en in de tussentijd mocht ik mijn reizen lekker zelf betalen. Gelukkig zou ik in de komende 2 weken niet heel druk zijn, dus zo’n strop zou het niet worden. Toen er echter 4 ov-chipkaartloze weken voorbij waren vond ik het wel tijd dat ik weer eens op kosten van de staat zou kunnen reizen. Even bellen dus. De lieftallige medewerkster van de helpdesk wist mij te vertellen dat mijn aanvraag in behandeling was en hoopte dat ik nog wat geduld zou kunnen opbrengen. Gelukkig kreeg ik een week later het pasje alsnog thuisgestuurd, maar op een vergoeding voor de voorgeschoten reiskosten en het saldo van mijn kapotte kaart wacht ik nog steeds.

Het oude systeem was wat mij betreft prima. Lekker papieren kaartjes kopen, heerlijk! En vooral duidelijk. Nu heb ik een pasje waarmee ik moet in- en uitchecken. Wanneer ik vergeet uit te checken, word ik beloond met een boete van §10. Het pasje zelf is fragieler dan het ijs in Balk en het vervangen kost een paar weken en een rib uit je lijf. Verder vraag ik me af hoe die piep-paal nu weet dat iemand met korting, zonder kaartje, met mij mee reist? Misschien nog maar een paar honderd miljoen in dit tot falen bestemde project steken om dat uit te vinden minister Schultz?

Vinyl

Door DonMetal op donderdag 25 oktober 2012 19:07 - Reacties (9)
Categorie: Sax Columns, Views: 1.510

Deze column is eerder verschenen in de Sax, Januarinummer 2012

Een paar weken terug ben ik naar de plaatselijke kringloopwinkel gereden om een platenspeler uit te zoeken. Jazeker; een platenspeler. Een mythisch apparaat wat duizenden jaren geleden werd gebruikt om muziek te draaien. Volgens de puristen weet deze prehistorische miniatuurdraaimolen een betere geluidskwaliteit dan zijn glimmende moderne evenknie te verschaffen, de gemiddelde Nederlander ziet het echter als een stap achteruit in de evolutie van geluidsdragers. Waarom zou je immers 30cm grote kwetsbare schijven willen gebruiken die plaats bieden aan slechts een klein uurtje muziek, terwijl je ook een 120GB iPod kunt kopen waar je grofweg 25.000 nummers op kwijt kunt?

Mijn fascinatie voor de LP begon afgelopen zomer toen ik op vakantie was in Berlijn. Terwijl DJ’s in Nederland met hun USB-stickjes en CD-mapjes rondhuppelen, sjouwen de DJ’s in Berlijn nog met gigantische loodzware platenkoffers rond. Tijdens het draaien klikken ze niet gewoon op een ander mapje op hun MacBook, nee, ze duiken hun platenkoffer in en leggen daar vlot een schijf van zwart goud op de draaitafel. Wat een vakmanschap, het is een beetje of je oud brood van de supermarkt gewend bent en dan ineens vers brood van de bakker voorgeschoteld krijgt.

Maar wat moet ondergetekende nu eigenlijk met vinyl? Nou, dat ga ik jullie vertellen kinders: vinyl is namelijk tof, hip, kek en blits! Vinyl heeft zo’n lekker warm, krakerig en gezellig geluid. De grote albumhoezen waarop de ontwerper van de hoes veel meer ruimte heeft om zich uit te leven en fotografie veel beter tot zijn recht komt, doen mijn hartje sneller kloppen. CD-hoesjes lijken van miniatuur-“Iedereen-kan-schilderen-met-Ravensburger”-niveau wanneer je ze naast een toffe plaat legt.

Wie dacht dat de vinylindustrie zich tegenwoordig beperkt tot grondzeil heeft het mis want ook nieuwe albums worden op LP uitgebracht. Niet voor de massa, maar voor die paar hartgrondige pioniers die bereid zijn fortuinen uit te geven aan albums die ze voor een derde van de prijs op cd zouden kunnen kopen. Die idioten die graag elke 20-30 minuten opstaan om de plaat om te draaien, omdat deze aan het eind van zijn speeltijd is gekomen. Halve zolen die bij een webshop voor de verzendkosten van een pakket opdraaien, omdat een LP niet door de brievenbus past. Doorgedraaide liefhebbers wiens muziekcollectie niet in gigabytes wordt gemeten, maar in kilogrammen.

Dat vind ik mooi. En als ik later groot ben wil ik ook vinyl-purist worden.

Echte mannen!

Door DonMetal op maandag 15 oktober 2012 11:40 - Reacties (22)
Categorie: Sax Columns, Views: 3.486

Deze column is eerder verschenen in de Sax, Decembernummer 2011

Met een grote hoeveelheid plaatsvervangende schaamte en een fikse dosis medelijden zie ik op een gemiddelde zaterdagmiddag de mannen van deze wereld voor de deuren van allerhande damesmodezaken staan. Al moet men in de kou en de stromende regen voor de deur staan met een Hema-rookworst in de hand, de gemiddelde man vertikt het om met zijn vrouwelijke wederhelft mee naar binnen te gaan.
Blijkbaar is het gigantische oestrogeen-niveau in de gemiddelde lompenkiosk te overweldigend voor de mannen van deze tijd. Dit terwijl (vooral luxueuzere) winkels toch hun best doen om het verblijf van ons, testosteronbommen, zo aangenaam mogelijk te maken door het inrichten van koffiehoekjes met allerhande mannentijdschriften.

Waar is de tijd toch gebleven dat wij mannen als Conan The Barbarians met berenvellen genoegen namen? De tijd dat wij mannen met onze tanden de navelstrengen van onze omvangrijke kroost (verwekt in onze indrukwekkende harem) doorscheurden? Wat zijn mannen tegenwoordig toch een stel wijven geworden. Ik zie de laatste tijd zelfs mannen met UGGS lopen! Waar gaat het heen met deze wereld?!!

Buiten de kuddes mannen die vanaf de stoep hun portemonnee door hun lieftallige wederhelft leeggeklopt horen worden, is er ook de categorie mannen die heel begripvol mee naar binnen gaan. Dit is moedig, dat zeker, maar desalniettemin een beginnersfout. Wanneer je namelijk mee gaat word je naar binnen gezogen naar shopplaneet-oestrogeen. Een planeet waar het wonderlijke excuses verzinnen om gigantisch(e) onverstandige aankopen te rechtvaardigen tot een kunst wordt verheven. Het stikt er van de vrouwen waarbij spontaan de orgaskraan open gaat bij het passen van een paar afzichtelijke laarsjes. Op deze planeet is het pure noodzaak en bittere ernst om te consumeren en wekelijks terug te komen.

Dames, neem alsjeblieft een voorbeeld aan de gemiddelde klerenbehoevende man: wij lopen een winkel in met het idee: "Ik heb een broek nodig." Wij lopen naar de afdeling broeken. Wij pakken een niet al te afschuwelijk exemplaar. Wij passen deze om zeker te zijn van voldoende bewegingsvrijheid. Wij rekenen de broek af en verlaten de winkel. Zo simpel kan het zijn dames! Dit van-alle-onnuttigheden-gestripte-proces herhalen wij slechts 3 ŗ 4 keer per jaar en heeft zich keer op keer bewezen. Puur door de efficiŽntie van dit proces hebben wij daarna nog alle tijd (en geld) om van zo'n heerlijke Hema-rookworst te genieten. Dat is dan ons pleziertje.

Heer in het verkeer

Door DonMetal op maandag 8 oktober 2012 12:54 - Reacties (41)
Categorie: Sax Columns, Views: 4.216

Deze column is eerder verschenen in de Sax, Oktobernummer 2011

Met enige regelmaat ontsnap ik maar ternauwernood aan een snelle doch zekere dood. Niet omdat ik zulke vreemde dingen doe hoor, autorijden vind ik namelijk vrij normaal. Maar het zijn mijn medeweggebruikers die het zo verdomd gevaarlijk maken.

Zo erger ik me kapot aan van die bejaarden die besluiten om voor rijdende afzetting te spelen. Ik rijd namelijk wŤl de maximumsnelheid en kom dan bijna in de achterbak van zo’n rimpelsauriŽr terecht. Van dat volk wat nog voor de Eerste Wereldoorlog paard en wagen heeft ingeruild voor een T-Ford en gemakshalve dan ook maar in dat tijdperk blijven stil is blijven staan. De mensen die 4 keer uitstappen tijdens het inparkeren om te kijken hoeveel ruimte ze nog hebben. De mensen die bij de verkeerslichten amper vooruit komen (als ze al opmerken dat het stoplicht op groen staat) waardoor er maar 1 auto door kan rijden. Strontvervelend!

Niet dat het omgekeerde een feest is hoor, want de petjesjŁgend in hun afgetrapte golfjes met van die plastic-chromen wieldoppen en een iets te dure geluidsinstallatie kan er ook wat van. Die zien een bord van 30 en rijden 80. Voor zo ver ze ten minste iets kunnen zien aangezien ze amper boven hun stuur uit komen, omdat ze denken dat het tof is om je stoel zo ver mogelijk naar achteren te zetten. Niet gehinderd door enige vorm van intelligentie scheuren deze onverantwoordelijke randdebielen als uit de kluiten gewassen voetzoekers door het verkeer.

Rood licht wordt aangezien voor oranje en zebrapaden als signalen om extra gas te geven. Dit dan weer ten koste van die paar brave bejaarden die zich wel keurig te voet verplaatsen. Daarnaast moeten hun opgepompte boodschappenautootjes natuurlijk voorzien worden van een reusachtige knalpijp. Een buis die mij nog het meest doet denken aan een fabrieksschoorsteen en waar een lawaai uit komt wat bij menig bejaarde spontaan ’40-’45-flashbacks oproept.

Ikzelf ben echter uiteraard een voorbeeldig bestuurder. Mijn stoel staat keurig rechtop en ik houd me akelig goed aan de gestelde maximumsnelheden. Mijn auto staat altijd netjes tussen de lijnen van het parkeervak geparkeerd en ik check altijd mijn dode hoek. Dat ik eerst 4 keer moest zakken voor ik pas bij mijn 5e (staats)examen wist te slagen vind ik dan weer niet heel interessant, want dat lag natuurlijk niet aan mij.