De Vage Bontmuts

Door DonMetal op donderdag 23 februari 2012 15:17 - Reacties (16)
Categorie: -, Views: 2.983

Het is dinsdagmiddag tegen een uurtje of 5. Ik kijk om mij heen en zie de net ingestapte mensen een plekje zoeken in deze stiltecoupé. Eén van hen valt mij meteen op. Het is een jongen met een ietwat aparte bontmuts, ik schat hem begin 20. Hij maakt een vrij sjofele indruk. Dit niet alleen door de keuze voor de merkwaardig lelijke bontmuts maar ook de meest ranzige vingernagels op de planeet horen toe aan deze figuur.

Hij kijkt om zich heen, schichtig, op zoek naar een zitplek. Even lijkt hij de lege plek naast mij te overwegen maar hij kiest er toch voor om naast het bordurende Oilily-meisje te gaan zitten. (Dat die kwast overigens niet naast mij is gaan zitten betekent niet dat de situatie niet op de voet volg, ik heb immers nog columns te schrijven.) De trein rijdt net weg als de jongen ineens een rode clownsneus uit zijn zak pakt en deze op zijn viezige neus zet. Hij produceert wat aparte geluiden. Geluiden die mij nog het meest aan een verkouden zeeleeuw doen denken.

Het Oilily-meisje lijkt te weten wat er aan de hand is en legt uit voorzorg haar half-afgeborduurde kip, hond, schaap, of wat Oilily-meisjes dan ook maar borduren, weg. Intussen heeft de bontmutsdragende landloper een smoezelig stukje papier uit zijn zak gevist en toont deze aan het Oilily-meisje. Het meisje leest zijn briefje door en pakt haar broodtrommeltje. Uit haar kekke Jip-en-Janneke-broodtrommeltje pakt ze een boterham en deze geeft ze aan de jongen. Klaarblijkelijk was het een bedelbriefje.

Na succesvol een boterham losgepeuterd te hebben gaat de jongen de rest van de coupé af. Hij drukt iedereen het briefje onder de neus (gelukkig maar, aangezien we in een stiltecoupé zitten) en er blijken best een aantal mensen gevoelig voor de rode feestneus en binnen een paar tellen heeft hij al een hand vol kleingeld te pakken. Plots realiseer ik me dat hij zo ook bij mij aan zal kloppen om een gunst. Ik heb geen cent kleingeld bij me en wanneer ik nog een boterham over zou hebben gehad van de lunch dan had mijn weerbarstig luid knorrende maag die al wel opgeëist. Wil ik de jongen überhaubt eigenlijk wel iets geven bedenk ik me dan. Iemand kan het best moeilijk hebben, maar daar hebben we toch allerhande, al dan niet door belastinggeld gefinancierde, oplossingen voor? Ik zit er eigenlijk helemaal niet op te wachten om de eerste de beste zwerver/junk/luiaard de hand boven het hoofd te houden.

Eén klein moment bedenk ik me dat dit eigenlijk best wel een egoïstische houding is. Ik, student, niet rijk maar genoeg te eten, ben te gierig om een jongen die mij om een bijdrage vraagt nee te verkopen. Heel even voel ik me een klootzak. Althans, een grotere klootzak dan normaal. Tot ik me realiseer dat deze jongen zelf eigenlijk best wel een egoïstische klootzak is. Hij dringt zich namelijk ongevraagd op aan mensen die geen kant op kunnen in deze rijdende trein.

In Nederland hebben we ruim voldoende vangnetten voor minder bedeelden om ze op te vangen en weer terug omhoog de maatschappij in te laten veren. Dat net wordt door alle belastingbetalers aan elkaar geknoopt. Dat deze jongen naast het net, ook nog een kussen wil om op te vallen is dan niet mijn probleem. Iedereen die het moeilijk heeft mag van mij hulp krijgen er weer bovenop te komen, alleen moeten ze daar wel zelf voor werken en niet op het kleingeld van nietsvermoedende treinpassagiers leven.

Ik besluit de jongen te negeren. Het liefst zou ik mijn medepassagiers willen vragen het zelfde te doen maargoed: een betere wereld begint bij jezelf.